De Patiëntenrechten van een persoon met dementie

Als patiënt heb je heel wat rechten. In principe oefen je zelf je patiëntenrechten uit. Maar wanneer je wilsonbekwaam wordt, kan dat niet (meer). De wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt regelt wie in zo’n geval de rechten van de patiënt kan waarborgen.

 

Bijstand door een vertrouwenspersoon

Je vertrouwenspersoon kan je bijstaan, maar kan niet in jouw plaats beslissen.
Een vertrouwenspersoon is iemand die je zelf kiest en die je kan bijstaan bij het uitoefenen van je rechten als patiënt. 
Klik hier voor meer informatie.

 

Je kan je rechten zelf niet uitoefenen. Wat nu? Rechten uitgeoefend door een vertegenwoordiger
Een vertegenwoordiger kan in jouw plaats beslissen wanneer je dat zelf niet meer kan.

In principe oefen je als patiënt zelf je rechten uit. Maar wanneer je minderjarig bent of wilsonbekwaam wordt, kan dat niet (meer). De patiëntenrechtenwet regelt wie in zo’n geval de rechten van de patiënt kan uitoefenen. Heb je je wel eens afgevraagd wat er gebeurt als je bijvoorbeeld in een coma geraakt of dement wordt? Dan kan je zelf geen beslissingen meer nemen. In zo’n geval komt een vertegenwoordiger op voor je belangen.
Klik hier voor meer informatie.

 

Het recht op kwaliteitsvolle dienstverlening

Als patiënt heb je recht op een kwaliteitsvolle dienstverlening. Dit betekent dat de zorglener op een goede en zorgvuldige manier moet handelen volgens jouw behoeften. Je moet erop kunnen rekenen dat hij gebruik maakt van de beschikbare medische kennis en technologie. Hij moet ook op de hoogte zijn van de geldende wetenschappelijke normen en aanbevelingen. Zo moet een tandarts bijvoorbeeld zorgen dat je een tandprothese krijgt die goed past en waar je tevreden over bent. Als je niet tevreden bent, moet hij je verder helpen of doorsturen.
Kwaliteitsvol betekent ook dat de zorgverlener respect voor je heeft. Je mag er dus van uitgaan dat hij respectvol met je omgaat. De zorgverlener respecteert je menselijke waardigheid en behandelt je zonder een onderscheid te maken op grond van wie je bent. De zorgverlener moet je morele, culturele en religieuze waarden als patiënt respecteren.

 

Het recht op de vrije keuze van je zorgverlener

Je hebt als patiënt het recht om zelf een zorgverlener te kiezen. Je mag die keuze op elk moment herzien. Je keuzevrijheid blijft ook gelden wanneer je naar een andere zorgverlener wordt doorverwezen.
Toch is het recht op vrije keuze van zorgverlener niet absoluut. In een aantal situaties wordt het door de wet beperkt. Dat is bijvoorbeeld het geval in het kader van de arbeidsgeneeskunde of voor mensen met een psychische aandoening die gedwongen werden opgenomen.
Het recht kan ook beperkt worden door de organisatie van de gezondheidszorg zelf. In een ziekenhuis bijvoorbeeld kan je niet altijd vrij kiezen omdat er misschien maar één gynaecoloog, één geriater of één uroloog aanwezig is.
De wet geeft je ook het recht om een tweede zorgverlener te raadplegen. Zo kan je een tweede advies over je gezondheid vragen of kan je van zorgverlener veranderen wanneer je dat wil.

 

Het recht op informatie over je gezondheidstoestand

Als patiënt heb je het recht op alle informatie die je een beter inzicht geeft in je gezondheidstoestand en de (vermoedelijke) evolutie ervan. De zorgverlener zal je dus over de diagnose en prognose moeten inlichten. Ook wanneer er geen behandeling mogelijk is of je geen behandeling wenst, heb je het recht op deze informatie.
De zorgverlener moet je in een duidelijke taal informeren. Dat betekent dat hij rekening moet houden met onder andere je leeftijd, je opleiding en je psychische draagkracht. Meestal zal je geïnformeerd worden door middel van een gesprek. Je kan ook vragen om die gegevens op papier te zetten. Bovendien kan je vragen dat de zorgverlener de informatie ook aan je vertrouwenspersoon meedeelt.
Als je niet geïnformeerd wil worden, moet de zorgverlener dit respecteren. Je moet hier wel uitdrukkelijk om vragen. De zorgverlener noteert het verzoek in je patiëntendossier. In een aantal situaties is de zorgverlener alsnog verplicht om je te informeren. De zorgverlener moet je informeren wanneer hij of zij oordeelt dat het niet inlichten je gezondheid of die van derden ernstig in gevaar brengt. Denk bijvoorbeeld aan een besmettelijke ziekte als HIV of hepatitis. In dit geval zal de zorgverlener eerst overleg moeten plegen met een andere zorgverstrekker en met jouw vertrouwenspersoon vooraleer hij beslist om je toch in te lichten.
Wanneer de zorgverlener vermoedt dat bepaalde informatie je gezondheid ernstig kan schaden, kan hij beslissen om je (tijdelijk) niet alles te vertellen. Dit noemt men de ‘therapeutische exceptie’. De zorgverlener moet ook hier vooraf een collega raadplegen en moet een schriftelijke motivering aan je patiëntendossier toevoegen. Heb je een vertrouwenspersoon aangeduid, dan moet de zorgverlener hem ook informeren. Zodra het meedelen van de informatie niet langer een gevaar voor je gezondheid vormt, is de zorgverlener opnieuw verplicht je in te lichten.

 

Het recht op geïnformeerde toestemming

De patiëntenrechtenwet garandeert iedere patiënt het recht op geïnformeerde toestemming. Dit betekent dat je als patiënt het recht hebt om bij iedere tussenkomst van een zorgverlener je toestemming te geven of te weigeren. Geen enkele handeling kan zonder je toestemming opgestart, voortgezet of stopgezet worden. Je kan dus niet verplicht worden om een behandeling te ondergaan.
Je moet uitdrukkelijk toestemming geven, behalve wanneer de zorgverlener uit je gedrag kan afleiden dat je akkoord gaat. We spreken van uitdrukkelijke toestemming wanneer je expliciet je toestemming geeft. Je antwoordt bijvoorbeeld “ja” wanneer de arts vraagt of hij een bloedstaal mag nemen. Wanneer je impliciet je toestemming geeft, spreken we van stilzwijgende toestemming. Zo kan je je arm uitsteken, wanneer de arts zegt dat hij een bloedstaal wil nemen.
Zowel jij als de beroepsbeoefenaar kunnen vragen om de toestemming (of weigering) schriftelijk vast te leggen. Dat document wordt dan toegevoegd aan je patiëntendossier.
Klik hier voor meer informatie.

 

De rechten in verband met je patiëntendossier

Als patiënt heb je recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiëntendossier. In je patiëntendossier zitten alle documenten die te maken hebben met de professionele zorgrelatie tussen jou en je zorgverlener. Naast algemene gegevens zoals je identiteit en je adres bevat het patiëntendossier alle medische informatie over jou als patiënt. Denk bijvoorbeeld aan de resultaten van onderzoeken, gegevens die je aanbrengt tijdens een consultatie en de notities van je zorgverlener. Je kan je zorgverlener ook steeds vragen om een document aan je patiëntendossier toe te voegen.
Klik hier voor meer informatie.

 

Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer

Iedere patiënt heeft het recht op bescherming van zijn of haar persoonlijke levenssfeer. Dit recht op privacy is nauw verbonden met het medisch beroepsgeheim. In de eerste plaats betekent dit dat informatie over je gezondheidstoestand niet zomaar aan derden mag worden meegedeeld. Niemand kan jou of de beroepsbeoefenaar bijvoorbeeld verplichten om gezondheidsinformatie aan een werkgever of een verzekeringsmaatschappij mee te delen. Er moet bovendien heel discreet met je patiëntengegevens worden omgegaan.
Als patiënt heb je ook het recht op respect voor je intimiteit. Zo mogen bij jouw zorg enkel de mensen aanwezig zijn die er om professionele redenen bij moeten zijn. Voor alle anderen moet men je toestemming vragen. Dit wil zeggen dat ze jouw toestemming moeten vragen wanneer studenten aanwezig zijn bij een consultatie en wanneer ze je onderzoeken. Je kan dit steeds weigeren.

 

Het recht op pijnbehandeling

Elke patiënt heeft er recht op dat de beroepsbeoefenaar aandacht heeft voor pijn, dat hij pijn voorkomt, de pijn evalueert, behandelt en verzacht.

 

Het recht op het neerleggen van een klacht

Om ervoor te zorgen dat de verschillende rechten van de patiënt geen ‘lege doos’ zouden blijven, maar daadwerkelijk door zorgverleners zouden worden nageleefd, werd het recht op klachtbemiddeling als ‘stok achter de deur’ aan de wet toegevoegd. Het recht om klacht neer te leggen bij een bevoegde ombudsdienst vormt dan ook het sluitstuk van de wet.
De ombudspersoon beluistert je klacht, bemiddelt tussen de betrokken partijen en zoekt naar een bevredigende oplossing. Het is belangrijk om op te merken dat het hier enkel gaat om klachtenbemiddeling en niet om klachtenbehandeling. Dit betekent dat de ombudspersoon niet kan oordelen over je klacht. Als er geen oplossing wordt bereikt, zal je in ieder geval geïnformeerd worden over mogelijke verdere stappen.
Klik hier voor meer informatie.

 

Op zoek naar meer informatie?

Vlaams Patiëntenplatform vzw
Groenveldstraat 15
3001 Heverlee
Tel.: 016 23 05 26
www.vlaamspatientenplatform.be
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.